in Hartjes

Met de vuist aan tafel

Zagen maatschappelijke organisaties grote bedrijven vroeger als de vijand, nu zitten ze samen aan de onderhandelingstafel. Kritiek heeft plaatsgemaakt voor pragmatisme. Maar hoe voorkom je als ngo dat je een schoothondje wordt van het bedrijfsleven?

Maatschappelijke organisaties dreigen voor het karretje van het bedrijfsleven gespannen te worden, vreest Pols, terwijl het volgens hem effectiever is om bij de overheid te lobbyen voor strengere regels. ‘Ngo’s helpen multinationals nu om hun doelstellingen te halen, we doen in feite uitvoerend onderzoek voor het bedrijfsleven – bijna consultancy.’ Hij zou nu wel twee keer nadenken voordat hij zo’n akkoord zou sluiten. Door het Energieakkoord heeft hij minder ruimte om ambitieuze doelen te stellen. ‘Je wordt monddood gemaakt.’

Volgens politicoloog Van der Heijden hinken de traditioneel kritische organisaties nu op twee gedachten: ‘Door radicale kritiek te uiten en zich tegelijkertijd te richten op samenwerking verliezen ze hun identiteit en marginaliseren ze hun invloed’, stelt hij vanaf de Amsterdamse kade.

Ondertussen heeft bijna niemand het meer over de structurele oorzaken: de macht van grote bedrijven, het geloof in marktoplossingen en een economisch systeem dat verslaafd is aan fossiele brandstof. Een rolverdeling tussen organisaties die meedenken en meer kritische clubs is van alle tijden en heeft zijn waarde, vindt Van der Heijden. Maar inmiddels is het hele spectrum naar de constructieve kant geschoven. ‘De balans is zoek.’

Mijn duitje in het zakje

Persoonlijk zie ik de NGO’s de afgelopen 5 jaar als een doekje voor het bloeden die in de decennia hiervoor voornamelijk omgetoverd zijn naar een beleidsuitvoerder met minimaal budget en dus geen structurele impact.

De impact is natuurlijk op persoonlijk niveau waanzinnig. Veel mensen daardoor een beter leven of überhaupt nog in leven. Maar het is ook een aflaat voor een (economisch) systeem dat moreel en ethisch corrupt is en het juist moet hebben van ongelijkheid en uitbuiting om te functioneren.

De NGO’s wijzen de vinger wel maar hebben niet de slagkracht om werkelijk een deuk in een pak boter te slaan. En dat is dus in mijn optiek ook zo bedacht. Niet zozeer door de NGO’s, allemaal oprechte en gepassioneerde mensen (heb er ook gewerkt), maar meer hoe het systeem ze een plek hebben gegeven.

Ze waren dus al het schoothondje al is het dan eentje die nog niet zo goed was opgevoed en regelmatig vervelend beet. Maar deze stap is een ingewikkelde al snap ik waarom mensen ze toch omarmen. Het lijkt meer gelijkwaardig maar vraag me af of dat ook werkelijk zo is.

En dit is dan ook nog vooral te danken aan het feit dat het wakker wordende deel van het bedrijfsleven inziet dat de belangen meer en meer overeen komen.

Dit zorgt niet voor een structurele verandering van het in de fundementen corrupte, vernietigende systeem. Dit maakt het systeem misschien een paar procent minder erg maar leidt op geen enkele wijze tot een fair, evenredig niet vernietigend systeem.

De tijd om een systeem van heel ongelijk en catastrofaal naar een beetje minder ongelijk en vernietigend om te vormen is voorbij. Het is OM of sterven (in de apocalyptische vorm).

Moedwillig het huidige systeem in stand houden is ecocide plegen en dus ook gelijk een misdaad tegen de mensheid. De paar rechtszaken die er lopen laten dat ook haarfijn zien. Wanneer houden we op met de hypocrisie en laten we geld niet meer onze morele en ethische normen bepalen maar onze menselijkheid?

Als er een dodelijke ziekte opkomt doen we er alles aan om een vacin te vinden. Die ziekte is nu ons economisch systeem. Maar we zijn geen vacin aan het ontwikkelen. We ontkennen de ziekte. We doen net als de sigaretten industrie. Zo lang mogelijk ontkennen, misbruik maken van de ruimte en onwetendheid, dan wat lichte aanpassingen maken (minder nicotine – maar andere verslavende stoffen – een rookvrije sigaret) maar echt stoppen met sigaretten maken dat nooit met dodelijke gevolgen.

Wat vind jij?